Testosteron en erectie: wat het hormoon wel en niet doet
Testosteron draagt het verlangen, niet de mechaniek van de erectie. Wat het beste onderzoek daarover vond en wanneer een bepaling werkelijk is aangewezen.
Geen arts of apotheker heeft deze tekst getoetst. Dat schrijven wij liever op dan een keurmerk te suggereren dat er niet is. Informatie, geen medisch advies.
Het misverstand in één alinea
Het idee dat een erectieprobleem gewoon een laag testosteron is, komt niet uit de lucht vallen, maar het verwart twee dingen die los van elkaar staan.
Testosteron draagt vooral het verlangen. In de internationale consensustekst over de hormonale kant van seksuele problemen staat het zo: testosteron is essentieel voor seksuele motivatie. Over de erectie zelf is dezelfde tekst voorzichtiger. Uit proefdieronderzoek blijkt dat testosteron ook meespeelt in de mechaniek van de erectie, maar of die bevindingen naar de mens mogen worden doorgetrokken, noemen de auteurs onduidelijk.
De erectie loopt via een andere route: seksuele prikkeling, stikstofmonoxide, ontspanning van het gladde spierweefsel en bloed dat de zwellichamen in stroomt. Testosteron is daarin geen schakelaar.
Vandaar het verschil dat in de praktijk telt. Verlangen dat weg is, en een erectie die niet komt terwijl het verlangen er wel is, wijzen niet dezelfde richting op.
Het onderzoek dat de twee uit elkaar haalt
De Europese urologenrichtlijn vat de uitkomsten van testosteronbehandeling samen, en die samenvatting is precies het bewijs dat verlangen en erectie niet samen opgaan.
In een meta-analyse van placebogecontroleerde studies verbeterde behandeling bij mannen met een te laag testosteron zowel de erectiefunctie als het verlangen, met het grootste effect bij wie het laagst zat. Maar testosteron alleen was volgens diezelfde analyse klinisch alleen voldoende bij een milde erectieklacht.
Een grote recente studie onder mannen van middelbare en hogere leeftijd met een laag testosteron en een verhoogd hart- en vaatrisico maakte het scherper. Na twee jaar testosterongel waren de seksuele activiteit, de klachten die bij een laag testosteron horen en het verlangen verbeterd, maar de erectiefunctie niet.
En bij mannen met een normaal testosteron is er volgens de richtlijn geen enkel bewijs dat testosteron een seksueel probleem verhelpt.
Wanneer een bepaling werkelijk is aangewezen
De richtlijn is hier kort: onderzoek alleen bij mannen met klachten. Een bepaling bij iemand zonder symptomen levert vooral verwarring op, en gestandaardiseerde vragenlijsten zijn volgens dezelfde richtlijn te weinig specifiek om als zeefmethode te gebruiken.
Welke klachten dan? Een groot Europees bevolkingsonderzoek onder 3.369 mannen van 40 tot 79 jaar zocht daar systematisch naar. Van alle onderzochte symptomen hingen er zes samen met de testosteronwaarde, maar alleen drie vormden samen een herkenbaar geheel: zwakke ochtenderecties, weinig seksueel verlangen en erectieproblemen.
Hoe meer van die drie, hoe lager de waarde. De onderzoekers kwamen op een definitie van ten minste drie seksuele symptomen samen met een totaal testosteron onder 11 nanomol per liter en een vrij testosteron onder 220 picomol per liter.
Het omgekeerde staat er dus ook in. Een erectieprobleem zonder dat het verlangen is afgenomen en zonder dat de ochtenderecties zijn verdwenen, vormt geen patroon dat naar het hormoon wijst.
Waarom het tijdstip en de herhaling niet optioneel zijn
Een testosteronwaarde is geen vaste eigenschap. De richtlijn schrijft daarom voor: prikken in de ochtend tussen zeven en tien uur, nuchter, en met een betrouwbare laboratoriumbepaling, omdat de methoden tussen laboratoria verschillen.
Daarbij hoort dat een uitkomst onder 12 nanomol per liter op ten minste twee aparte momenten wordt herhaald. Eén lage uitslag is dus geen diagnose.
Er is nog een valkuil. Een acute ziekte verlaagt de waarde tijdelijk, en de richtlijn adviseert om dan juist niet te prikken. Een waarde die tijdens een griep of kort na een opname is bepaald, zegt weinig.
Dat is ook het bezwaar tegen de hormoontests die online los te koop zijn. Niet dat de uitslag onjuist hoeft te zijn, maar dat tijdstip, nuchter zijn, de herhaling en de uitleg eromheen er niet bij zitten.
Wat er vaker onder een erectieprobleem zit
Bij een geleidelijk ontstaan erectieprobleem staan de doorbloeding en de stofwisseling bovenaan, niet het hormoon. De richtlijn noemt een laag testosteron bij de ziekten eromheen bovendien vaak een gevolg: bij overgewicht, diabetes en een aantal medicijnen daalt de waarde, waarna oorzaak en gevolg lastig te scheiden zijn.
Praktisch betekent dat twee dingen voor het consult. Zeg apart hoe het met het verlangen is en apart hoe het met de erectie is, want dat onderscheid stuurt het onderzoek. En neem een actueel medicijnoverzicht mee.
De oorzaken zelf, van vaten en bloedsuiker tot medicijnen en spanning, staan op de pagina over de oorzaken van erectieproblemen. Een bepaling is zinvol bij het juiste klachtenpatroon, op het juiste moment, en twee keer; wat er daarna met een uitslag gebeurt, beslist de arts en niet een zelftest.
Veelgestelde vragen
Komen erectieproblemen door een laag testosteron?
Soms, maar minder vaak dan gedacht. Testosteron draagt vooral het seksuele verlangen; de erectie zelf loopt via prikkeling, stikstofmonoxide en doorbloeding. In een grote studie verbeterde testosterongel na twee jaar wel de seksuele activiteit en het verlangen, maar niet de erectiefunctie.
Wanneer is een testosteronbepaling zinvol?
Volgens de Europese richtlijn alleen bij mannen met klachten. Het patroon dat ernaar wijst is een combinatie van ten minste drie seksuele symptomen: zwakke ochtenderecties, weinig verlangen en erectieproblemen. Een erectieprobleem alleen vormt dat patroon niet.
Hoe moet die bepaling worden gedaan?
In de ochtend tussen zeven en tien uur, nuchter, met een betrouwbare laboratoriumbepaling. Bij een uitkomst onder 12 nanomol per liter hoort de bepaling op ten minste twee aparte momenten te worden herhaald. Tijdens een acute ziekte wordt juist afgeraden te prikken.
Helpt testosteron bij een normale waarde?
Daar is geen bewijs voor. De Europese richtlijn stelt dat er geen aanwijzingen zijn dat testosteronbehandeling een seksueel probleem verhelpt bij mannen die geen te laag testosteron hebben.
Kan ik mijn testosteron zelf online laten meten?
Dat kan, maar het levert zelden een bruikbaar antwoord. Het tijdstip, nuchter zijn, de herhaling bij een lage uitslag en de uitleg in het licht van uw klachten horen bij de bepaling. Zonder die context is één getal niet te interpreteren.
Bronnen
- EAU Guidelines on Sexual and Reproductive Health (2026), hoofdstuk over late-onset hypogonadisme: diagnostiek, drempelwaarde en uitkomsten van testosteronbehandeling. bron ↗
- Wu FC e.a., Identification of late-onset hypogonadism in middle-aged and elderly men (N Engl J Med, 2010). bron ↗
- Buvat J e.a., Endocrine aspects of male sexual dysfunctions (J Sex Med, 2010). bron ↗
- Thuisarts.nl (NHG): mijn penis wordt minder stijf. bron ↗
Elke link is gecontroleerd op de dag dat dit artikel werd bijgewerkt. Klopt er iets niet, dan horen wij dat graag via de correctiepagina.